Recensies

Recensie: Warsaw Village Band – Nord

De Warsaw Village Band uit Polen oogste sinds eind jaren negentig veel lof op wereldmuziekpodia en festivals met hun moderne variant op traditionele Poolse volksmuziek. Kenmerkend zijn en waren sinds jaar en dag de snerpende, typisch Oost-Europese vrouwenstemmen.

Die vocalen horen we ook op Nord, hun nieuwste album. Maar toch klinken de Polen een fractie anders dan we van hen gewend zijn. Iets dat we direct begrijpen als we naar de poppetjes kijken.

Oprichters Maja Kleszcz en Wojciech Krzak, die solo gingen, zijn er niet meer bij. Daarvoor in de plaats zijn gekomen zangeres en violiste Ewa Walecka en bassist Pawel Mazurczak en een hele trits aan gastmuzikanten, waaronder Anders Norudde, de Zweedse doedelzakspeler van het Noorse Hedningarna. Hij speelt mee in de eerste twee nummers.

Gelukkig heeft de kwaliteit niet te lijden onder alle personele wisselingen. Nord klinkt zeker zo vitaal en innovatief als hun eerdere werk en is daarmee een mooie toevoeging aan het oeuvre. (Jaro/Music&Words)

Tekst: Patrick van Engelen

Recensie: Laïla Amezian – Triode

Zangeres Laïla Amezian heeft haar wortels in Marokko, maar woont alweer enige tijd in de Europese stad Brussel. Haar muzikale doel, oost en west met elkaar verbinden, is een missie die we vaker van muzikanten horen. Lang niet altijd is het resultaat zo aansprekend als op dit Triode.

Amezian is al zo’n vijftien jaar muzikaal actief in uiteenlopende genres. Zo werkte ze onder andere met DJ Grazzhoppa, Oblomov (folk), Ghalia Benali en Manou Gallo. Waarschijnlijk draagt haar wijde blik bij aan dit geslaagde eerste soloproject.

Op Triode probeert ze samen met de Zweedse celliste Anja Naucier en percussionist Stephan Pougin een combi te maken die ze zelf omschrijft als ‘arabo-jazz-klassiek’, dat de lading wel ongeveer dekt. Teksten van de Libanees-Amerikaanse dichter Khalil Gibran zette ze  op muziek. De arrangementen liet ze maken door Michaël Gébril.

Het project is ten eerste geslaagd door de warme heldere stem van de zangeres die meerdere kleuren kent. Maar ook de sterke arrangementen die nergens geforceerd of academisch worden zijn belangrijk. Fijne sferische plaat voor de breed georiënteerde muziekliefhebber. (Zimbraz/Music & Words)

Tekst: Patrick van Engelen

 

Recensie: La Manouche – Ay, Chavale!

Ay Chavale! is het tweede album van gipsyjazz duo La Manouche. Net als op het debuut Tzigane!, spelen Mouché Palts (zang, gitaar) en Manito (gitaar) de hoofdrol, maar het klankenpalet is, mede door een flink aantal gastmuzikanten, veel breder geworden.

Zo horen we in Ah Mo Vilo, een fraaie ballad geschreven door Sofi Marinova en Dionysis Tsaknis, fluit en percussie  langskomenen en horen we onder andere viool in Sila Kale Bal, een nummer van de Servische Šaban Bajramović.

La Manouche put dit keer niet alleen uit de zigeunertraditie maar ook uit de Jiddische muziekgeschiedenis. Zo  brengen de heren een emotionele versie van de Hebreeuwse traditional Shloimele en is er een fraai opgebouwde interpretatie van de klassieker Dona Dona. Niet direct nummers die je  verwacht bij gipsy muzikanten, maar misschien juist daarom zo verrassend.

Afsluiter Schuker Romni is het enige door Palts zelf geschreven nummer.  Als we het resultaat beluisteren, mag hij dat best vaker doen. (Merusa Records/Fundacion Interchange)

Tekst: Patrick van Engelen

Recensie: Jafia Namuel – One Love Train

Roots reggae uit Polen? We zijn het nog niet vaak tegen gekomen. Maar dit zes-koppige Jafia Manuel, al actief sinds de jaren negentig, brengt Jamaica naar Oost-Europa.

One Love train is een ‘tribute’ aan Bob Marley. Het album, live opgenomen in de Agnieszka Osieka Music Studio voor het Poolse radio 3 , telt 12 nummers, waarvan vier covers van de grootste reggaester aller tijden (Work, Kinky Reggae, Rat Race en Revelation). En dan tellen we de muzikale herinterpretatie op Marley’s tekst Wake Up & Live aan het einde van Dead Man nog niet mee.

Maar het is niet alleen herkauwerij. De band maakt zelf ook best aardige reggaedeuntjes. Op het album valt naast zanger Dawid Portasz gast-saxofonist Mateusz Pospieszalski  in positieve zin op. Op de juiste momenten gooit deze ervaren muzikant er een lekker jazzy solo in.

Jaffia Namuel maakt degelijke reggae waar je je geen buil aan kunt vallen. Fijn voor op de achtergrond op een zonnig terras in Krakow. Maar opzienbarend. Nee, dat is dit One Love Train niet.

Tekst: Patrick van Engelen

Recensie: Jungle by Night – Hidden

Een jaar na de EP van Jungle by Night is hier dan eindelijk Hidden, de eerste volwaardige langspeler van deze jonge afro-band uit Amsterdam. Wederom verschenen bij het fijne Kindred Spirits label.

Meteen bij de eerste klanken is het duidelijk.  De band heeft, ondanks alle druk, geen commerciële knieval gemaakt. Rangda is op experimentele percussie gestuwde trage trance, meer Indonesisch dan Afrikaans, die intrigeert, bedwelmt en  nieuwsgierig maakt naar wat er komen gaat. Dit is geen popplaat. Zoveel is duidelijk.

In track 2 (Cyclin’) mag ook de (geweldige) blazersectie meedoen.  Orgeltje,  fijnzinnig geslagen drumpatroon. Sterk nummer in een stijl zoals we die van  Jungle by Night  kennen. De spanningsboog kakt daarna nauwelijks meer in. Zonder overdreven effectbejag weten de heren te boeien met tempowisselingen, uitmuntende percussie en intrigerende melodieën. Het ene moment knipogend naar Mulatu Astatke,  koning en uitvinder van de Ethiopische jazz. Even later swingend in afrobeat à la Fela Kuti.

Dat Tony Allen hen nu al de toekomst van de afrobeat noemt, is misschien wat voorbarig. Niet omdat deze plaat niet sterk is. Maar omdat deze jongens nog lang niet klaar zijn met muzikaal experimenteren. Misschien vindt Jungle by Night in de toekomst wel een geheel nieuw genre uit. Wie zal het zeggen… Als ze bij elkaar blijven, gaan we ongetwijfeld nog veel, heel veel spannende muziek van ze horen. Een driewerf Hoera! Met hoofdletter inderdaad. (Kindred Spirits).

Tekst: Patrick van Engelen

Recensie: Ebo Taylor – Appia Kwa Bridge

Vinylverzamelaars en etnomusicologen vissen de laatste jaren de mooiste parels op uit de Afrikaanse muziekhistorie. Zonder deze door verstofte platenbakken snuffelende fanatici hadden we veel uitstekende muziek waarschijnlijk nooit gehoord. Verdwenen van de aardbodem. Verpieterd tussen de muizen.

Goed voorbeeld zijn de Ghanese klanken van Ebo Taylor. Inmiddels al 76, maar sinds de Soundway-verzamelaar Ghana Special aan een geheel nieuw muzikaal leven begonnen.

Na de uitstekende comebackplaat Love & Death (2010) en verzamelaar Life Stories (2011) is er nu Appia Kwa Bridge. Acht nummers telt de plaat, die net als zijn voorgangers is verschenen op het Strut label.

Met hulp van onder andere Afrobeat-legende Tony Allen en Oghene Kologbo (gitarist van Africa 70) dompelt Taylor zich weer onder in de highlife, afrobeat en jazz. Muzikaal spektakel dat zich kan meten met zijn oude werk.

Extra bijzonder is het laatste nummer. De kale ballad Barima, opgedragen aan zijn overleden vrouw. Luisterend naar Taylor’s  stem, zie je hem al zitten op de Appia Kwa Bridge. Een klein bruggetje in zijn woonplaats Saltpond. Gitaar leunend op de knie. Zijn tranen biggelend over de wangen… Dat hij nog maar lang bij ons mag blijven. (Strut)

Tekst: Patrick van Engelen

Recensie: Listen to Roma Rights – Diverse artiesten

Binnen Europa wordt de Roma-bevolking nog steeds ernstig gediscrimineerd. Om daar de aandacht op te vestigen heeft Amnesty International Nederland een met fraaie uitklaphoes vervaardigde dubbel-cd uitgebracht met daarop een bonte mix aan gipsymuziek.

Dat muziek een belangrijke rol speelt in het leven van de Roma, zal bij vrijwel iedereen bekend zijn. Maar hoe groot de grote muzikale diversiteit is, weten veel mensen niet. Voor hen is Listen to Roma Rights (23 nummers!) een boeiende start in de rijke muzikale wereld van dit reizende volk.

Natuurlijk is de bekende gipsy jazz van het Rosenbergtrio vertegenwoordigd. Maar er is ook gipsy rock, balkanbeat, brass, percussie en zelfs hiphop. En niet van de minste namen. Onder andere blaaskoningen Boban & Marko Markovic, het Servische Kal en de Tsjechische hiphoppers van Gipsy Cz. werkten mee.

Niet alle nummers zijn even sterk. Dat geven we toe. Maar aangezien de gehele opbrengst gaat naar het goede werk dat Amnesty International voor de Roma-gemeenschap doet, kun je hier geen buil aan vallen. In met name Oost-Europa voert de mensenrechtenorganisatie nog steeds actie tegen gedwongen huisuitzettingen en voor toegang tot basisvoorzieningen als water en sanitair. Met de aankoop van deze cd doe je niet alleen een broodnodige donatie aan dit goede doel. Je krijgt er nog veel prima muziek bij ook! 

De dubbel-cd Listen to Roma Rights is verkrijgbaar op www.amnesty.nl/webshop

Tekst: Patrick van Engelen

Recensie: Värttinä – Utu

Miero, het vorige echte album van Värttinä stamt alweer uit 2007. Het werd dus wel tijd voor nieuw werk van de Finse folkgroep. Hier is dan Utu. Het wachten meer dan waard. Een absolute mijlpaal in hun carrière.

Zelfverzekerd en uitdagend kijken zangeressen Mari Kaasinen, Johanna Virtanen en Susan Aho je aan vanaf de hoes.  Ze hebben dan ook niets om zich voor te schamen. Hun nieuwe plaat is toegankelijk, experimenteel en ijzersterk tegelijkertijd. Alsof ze even wilden laten zien dat ze er nog toe doen.

Bijna dertig jaar bestaat Värttinä inmiddels. In wisselende bezettingen weliswaar, maar aan hun geluid bleven ze door de jaren heen trouw.

Bijna alle elementen waarmee ze  furore maakten, zijn aanwezig op Utu. Van vrolijke melodieuze folkdeuntjes (Vietäviä, Ruhverikko), tot de meer sferische en experimenteler stukken (Manattu, Iloni, Kutsu).  Met natuurlijk vrijwel overal die fijne karakteristieke meerstemmige Finse vrouwenzang.

Voor degenen die de Finse taal niet machtig zijn staan in het boekje bij het album vertalingen naar het Engels. Het maakt de wereld van deze supergroep alleen maar groter. Utu is Värttinä’s magnum opum. Verplichte kost voor iedere liefhebber van Finse folk. Knap. (Rockadillo Records/Music & Words)

Tekst: Patrick van Engelen

Recensie: Klavan Gadje – Harrejasses Hotel

Als je ooit op vakantie bent geweest in Bulgarije zul je ongetwijfeld een  keer hebben gesmuld van een ‘Shopska Salata’. Een bonte mix van tomaat, ui en komkommer met een flinke berg witte kaas.

Klavan Gadje zingt over het traditionele gerecht op de vrolijke opener van hun tweede ‘poldergipsy’ album Harrejasses Hotel. Een plaat waarop de band uit Zuid-Holland een flinke stap voorwaarts neemt ten opzichte van hun debuut Brand.

Hoofdmoot blijven de feestelijke (ska) balkan nummers, maar het is allemaal net wat smaakvoller uitgevoerd. Zowel muzikaal als tekstueel. Hoogtepunten zijn het snelle instrumentale Rad voor Ogen, het vrolijke Gooi er maar een blokkie op en het chanson Peur, dat prachtig gezongen wordt door gastzangeres Amélie Affagard.  

Titelnummer Harrejasses Hotel, waarin zelfs wat sirtaki te horen is, gaat over een gribuslogement vol kakkerlakken. Met albums als deze verdienen de heren een beter slaapadres. (Music & Words)

Tekst: Patrick van Engelen

Social Widgets powered by AB-WebLog.com.