Voor MPS Pilot, in het dagelijks leven Horst Timmers, is wereldmuziek geen term die hij graag achter zijn naam ziet staan. “Je zegt toch ook niet dat iets rood is, als het blauw is? Als je naar mijn sets luistert, is de muziek voor 80% in de studio geproduceerd en vrijwel allemaal elektronisch. Heet het dan nog wereldmuziek? Een cd van mij heet ‘World Grooves & Rhythms from Mars’. Dat komt al dichter in de buurt. Soms draai ik afrobeat, soms triphop, soms dubstep en soms Balkan beats.”
LIMBURG
Timmers groeide op in Limburg in een muzikale familie. “Mijn ouders hebben beiden op het conservatorium zang gestudeerd’, vertelt hij. “Ze luisterden thuis veel naar Italiaanse opera. Nu is dat de enige klassieke muziek die ik niet meer kan aan horen. In mijn jonge jaren luisterde ik zelf veel naar TC Matic (enorm werelds) en de elektronische new wave. Skinny Puppy, Front 242, Neon Judgement, dat soort dingen. Ook heb ik veel naar noise en industrial geluisterd en later naar house. Wat de new wave betreft: Als ik nu electro hoor, dan denk ik vaak: ‘o, jee daar gaan we weer’. Het is allemaal herhaling.”
Op zijn 16e ging Timmers voor het eerst draaien. Gewoon in de lokale kroeg. “Ik draaide van alles en nog wat. Veel new wave. Later ben ik een beruchte tent in Zuid-Limburg gaan draaien: The Flesh Temple. Iedereen daar was gekleed in het zwart. Misschien dat er af en toe iemand in een wit hemd liep. Het was een behoorlijke scene daar, zeker in Zuid-Limburg, maar zelfs tot aan Brussel, Luik en Aken…”
Na zijn middelbare school ging de dj studeren in Amsterdam. “Muziekwetenschappen. Ik wilde graag modern klassiek gaan studeren. Al snel kwam ik op de universiteit in aanraking met de etnomusicologie. Traditionele muziek uit verschillende culturen vond ik direct heel interessant. Ik reisde in die tijd ook veel.“
GRAANSILO
Rond 1995 begon MPS Pilot met het organiseren van concerten en feestjes in De Graansilo in Amsterdam. “Een oud graanopslaggebouw aan het IJ dat gekraakt was, waar ik woonde. In het gebouw hadden we een eigen concertruimte. Er gebeurde echt heel veel in De Graansilo. Het was de enige plek waar ik in het begin draaide. We hadden ook een platenwinkel Werelds, waar we muziek verkochten uit heel de wereld. Die ging over de kop. Achteraf was dat heel goed voor me. Ik werd namelijk gedwongen een alternatief te zoeken. Omdat ik geen zin had voor een baas te werken, besloot ik vol voor het dj’en te gaan. Vanaf 2002 ben ik heel hard gaan werken aan het opzetten van eigen dingen. Van lieverlee kreeg ik steeds meer klussen.”
Timmers draaide al vrij snel in het buitenland. Van het befaamde Festival in the Desert in Mali (2003, 2004, 2008) tot een festival in India (2005). “Het fenomeen dj is nog lang niet overal in het buitenland geaccepteerd”, legt Timmers uit. “Vooral in een live-setting begrijpen ze het niet overal. Op een festival in Burkina Faso voelde ik me net een freakshow. Het publiek dacht alleen maar: ‘wat is dit in godsnaam?’ Ze hadden niet eens in de gaten dat ik muziek stond te draaien. In Afrikaanse landen is een dj iemand die ook heel veel praat. Maar ik doe dat absoluut vrij weinig. In Nederland vinden ze het juist raar als je gaat praten tussen de muziek door.”
BURAKA SOM SISTEMA
In Nederland en Belgie draaide MPS Pilot al op vele grote bekende festivals waaronder Sziget en Lowlands. Waar draait hij graag? “Sfinks vond ik erg leuk. Daar heb ik ook behoorlijk vaak gestaan. Festival Mundial, Lowlands, North Sea Jazz. Overal is het toch weer anders. Je krijgt andere leeftijdscategorieën voor je, andere opleidingsniveaus. Op Lowlands draai ik heftiger dan op North Sea Jazz. Jonge mensen kunnen gewoon meer tegen muziek die wat heftiger klinkt. Buraka Som Sistema zou ik bijvoorbeeld wel op Lowlands draaien, maar niet op North Sea Jazz. Omgekeerd zou ik bijvoorbeeld Fela Kuti niet draaien op Lowlands. Dat grijpt toch niet genoeg bij de ballen. Bovendien zijn die nummers voor de ‘kids’ veel te lang.”
HOOGTEPUNTEN
Als ik vraag naar hoogtepunten moet Timmers even denken. “Poeh…Jaipur in Rajasthan was een erg tof hoogtepunt. Ik draaide daar in een fort net buiten de stad. Je kon zo over de stad heen kijken. In Agadir, Zuid-Marokko heb ik gestaan voor 80.000 mensen. Ik heb daar echt alleen maar regada en moderne raï gedraaid. Heerlijk die nieuwe hippe muziek uit Marokko en Algerije. Normaal vind ik mijn Pioneer cd-spelers best imposant, maar als je voor zo’n massa staat, voel je je toch best nietig. Meestal draai ik in het buitenland een moderne interpretatie van de traditionele muziek daar. Daar moeten ze in sommige landen al best aan wennen. De tweede keer dat ik in Agadir stond, voor dezelfde meute mensen, voelde het publiek me al veel beter aan. Toen waren de mensen er echt al meer aan gewend. Draaien op plekken waar niet veel dj’s komen, zorgt soms voor interessante clashes, maar ook voor hele grote verassingen. Maar naarmate je het vaker doet, wordt het steeds minder vreemd.
In 2008 stond ik voor de derde keer op het Festival of the Desert, midden in de Sahara. Ik had daar al eerder gedraaid in 2003 en 2004. Maar in 2008 was het pas echt goed geregeld. Ook de jonge mensen wisten het nu te vinden. Het was echt heel erg tof. Ik stond in The middle of nowhere op een zandheuvel met een paar speakers, draaitafels en een bouwlamp. Mensen stonden daar echt uren lang in het zand te dansen buiten. Ik zou twee nachten draaien. Daarom had ik de eerste nacht niet gefilmd. De tweede nacht viel, vanwege duizend logistieke problemen, in het water. Erg jammer dat ik geen beelden heb, want het was echt fantastisch.”
Tekst: Patrick van Engelen









