Internationaal Film Festival
Rotterdam 2010

De redactie van No Borderz besteedt ruim aandacht aan Neerlands grootste filmfestival dat plaats vindt van 27 januari tot en met 7 februari 2010 in Rotterdam. Zo hebben we aparte secties over de themaprogramma's Where is Africa? en de Japanse regisseur Sai Yoichi. Hiervoor kunt u hiernaast doorklikken. Hieronder een aantal films andere films uit het enorme programma.

27 januari openingsfilm: Paju
Ook te zien op: 29-1, 30-1 en 2-2 2010.

Openingsfilm van het festival is het Zuid-Koreaanse Paju. Het is de tweede film tweede speelfilm van de Zuidkoreaanse regisseur Park Chan-Ok. Met haar eerste film Jealousy is my Middle Name won Chan-Ok een Tiger Awrd.

Paju, met in de hoofdrollen Lee Seon-Gyoon, Seo Woo, Sim I-Yeong en Kim Bo-Kyeong, vertelt het verhaal over een jonge studente (Seo) en de ingewikkelde relatie tot haar zwager (Lee). De film is gesitueerd in de stad waar de film zijn naam aan ontleent, ooit een militair complex en nu een stedelijk gebied in ontwikkeling dichtbij de grens met Noord-Korea. De kijker krijgt in deze setting een verfijnd verhaal te zien rond schuld, liefde en vergeving. Het resultaat is zeer Koreaans en heeft tegelijkertijd een universele weerklank.

Agua fría de mar
(Genomineerd voor een Tiger Award)
Te zien op 1-2, 2-2, 4-2 en 6-2 2010.

Een jong welgesteld Costaricaans stel, Rodrigo (30) en Mariana (21), is midden in de nacht op zoek naar een onderkomen bij de kust van de Stille Oceaan waar ze de nieuwjaarsvakantie zullen doorbrengen. In he
t donker vinden ze de zevenjarige Karina die weggelopen is. Karina kampeert samen met haar ouders - en veel andere families - aan het strand bij een natuurpark. Het stelletje besluit de volgende ochtend verder te kijken. Als ze wakker worden is het meisje verdwenen.
De Costaricaanse filmmaker Fábrega, die eerder de succesvolle korte film Cuilos realiseerde, koos een op het eerste gezicht paradijselijke plek voor haar debuutfilm. Toch is het geen eenvoudige opgave om daar, ver van de bewoonde wereld, ver van de benodigde technische voorzieningen, een onafhankelijke speelfilm te realiseren. Al die moeite heeft echter een sfeervolle, subtiele en originele film opgeleverd, een kroniek van soms kleine, moeilijk te benoemen zaken, die een grote controle over alle aspecten van het film maken verraadt. Het draait om de positie van twee vrouwen van verschillende leeftijd, uit verschillende sociale strata, met geheel verschillende verlangens en angsten. Hun levens kruisen elkaar even, op een moment dat ze beide geïsoleerd en gevangen lijken, in een omgeving die bol staat van de dreiging. De titel verwijst naar de koude stroming waardoor talloze giftige zeeslangen uit de oceaan het strand opzoeken.

Lost Paradise in Tokyo
Te zien op 28-1, 29-1 en 30-1 2010.
Onconventioneel drietal - de serieuze Mikio, zijn geestelijk gehandicapte broer en een springerige callgirl - zoekt met vallen en opstaan het geluk. Laconieke tragikomedie met dwarse vondsten komt tot onverwachte emotionele diepgang.
Waar moet het onconventionele drietal dat elkaar ontmoet in een flatje in Tokio het geluk vinden? Op een gedroomd tropisch eiland, of gewoon bij elkaar? Na de begrafenis van zijn vader zit Mikio opgescheept met de zorg voor zijn oudere, geestelijk gehandicapte broer. Met pijn in het hart sluit hij hem soms op, maar Mikio is ook niet te beroerd om eens een callgirl voor hem te bestellen. Zo komt Marin over de vloer, een opgewekt en springerig meisje dat het ooit hoopt te maken als zangeres in de hippe underground van Tokio.
Vanaf dat moment is alles mogelijk in Shiraishi Kazuya's regiedebuut, een onbevangen tragikomedie vol aandoenlijke details. Er duikt zelfs een documentairefilmer met belangstelling voor gehandicaptenseks op. Via dwarse vondsten, grillige wendingen en de onthulling van een tragedie uit het verleden krijgt deze laconieke lowbudgetfilm onverwachte emotionele diepgang.

Alamar
(Genomineerd voor een Tiger Award)
Te zien op 29-1, 30-1, 31-1 en 6-2 2010.
Bijzondere film op een bijzondere locatie: het Mexicaanse koraalrif Banco Chinchorro, waar grootvader, vader en vijfjarige zoon hun dagen doorbrengen met het vissen op kreeften en snappers. In een deinend ritme laat Alamar zien dat wilde natuur niet altijd een schril contrast vormt met de gecultiveerde mens.

In Alamar is een opvallende rol weggelegd voor de kreeft, de barracuda en de kaaiman, die samen met de Mexicaanse vissers hun habitat hebben gevonden in Banco Chinchorro, het rijkste koraalrif van Mexico. Deze genreoverschrijdende film - een kruising tussen documentaire en fictie - deint zachtjes mee op het ritme van de zee waar de vissers en de dieren hun dagen doorbrengen. Visser en prooi leven met elkaar samen op dit een na grootste koraalrif ter wereld, dat een intact ecosysteem kent.
Een van die vissers krijgt bezoek van zijn vijfjarige kleinzoon en zoon, de pas gescheiden Jorge. De eilanden van dit natuurreservaat mogen niet bebouwd worden, zodat ze meters uit de kust in een hutje op palen wonen. Elke dag duiken ze naar snappers, drinken ze hun koppen koffie en onderhouden ze de vissersboot. Het leven lijkt ideaal: hun dagen bestaan uit het eten van vis langs de zee waar deze gevangen is, met natte haren van het duiken. Hoewel het afscheid nadert tussen Jorge en zijn zoon, die met zijn moeder teruggaat naar Italië, wordt dat sentiment nergens uitgebuit. Het contrast tussen deze afgelegen plek en Rome, tussen de wilde natuur en de gecultiveerde mens, is subtieler dan in menig natuurfilm. Op Banco Chinchorro is de mens nu eens niet de dominante soort, en die nederigheid siert de personages. González-Rubio debuteerde in 2005 met Toro negro, een rauw portret van een stuntman annex stierenvechter.

Rabia
Te zien op 31-1, 1-2 en 2-2
Rosa weet niet, dat haar geliefde José Maria, een illegale immigrant, zich na een onbedoelde moord op zolder verbergt in het statige oude huis waar zij werkt. Jaloers houdt hij alles in het huis in de gaten. Romantische thriller won Speciale Juryprijs in Tokio.

In deze romantische thriller verbergt de illegale immigrant José Maria zich als een opgejaagd dier op de verlaten zolder van het Spaanse huis waar zijn geliefde Rosa (legaal geïmmigreerd) als huishoudelijke hulp werkt, nadat hij als bouwvakker per ongeluk zijn voorman heeft gedood. Het statige huis is labyrintisch en gehorig en de jaloerse José Maria houdt alles in de gaten. De camera die glurend door de gangen en over de trappen sluipt, verbeeldt de geestesgesteldheid van de bewoners, de onderlinge verhoudingen en de achterdocht die hen verbindt. Want waar José Maria vreest ontdekt en vervolgt te worden, ruziën de heer en vrouw des huizes over haar drankgebruik en zijn starheid en moet Rosa zich hun opdringerige zoon van het lijf houden. De film, winnaar van de Speciale Juryprijs op het festival van Tokio, is gebaseerd op een roman van de Argentijn Sergio Bizzio, coscenarist van XXY, die in 2007 de Semaine de la Critique won in Cannes.

Air doll
Te zien op 30-1, 1-2 en 2-2

Bespiegeling over eenzaamheid en vergankelijkheid, gezien door de ogen van een plastic sekspop die tot leven komt. Houterig en naïef zet zij haar eerste stappen in Tokyo, waar ze leert dat het bezit van een hart pijn kan doen. Van de maker van Still Walking en Nobody Knows.

Voor deze bespiegeling over eenzaamheid en vergankelijkheid, gebaseerd op een manga van Goda Yoshiie, koos de maker van Still Walking, Nobody Knows en After Life een ongewone hoofdpersoon: een opblaasbare plastic sekspop. Een goedkope, zoals ze zelf zegt. Want wat haar eigenaar - een kelner van middelbare leeftijd die haar Nozomi noemt - niet weet, is dat zijn surrogaat-echtgenote tot leven is gekomen.
Houterig en naïef zet zij haar eerste stappen in Tokio. Gaandeweg neemt ze steeds meer de gestalte aan van de actrice Bae Doo-Na, die haar zo wondermooi pop-achtig blijft spelen. Nozomi wordt verliefd op de jonge eigenaar van een videotheek en observeert vol verwondering de mensen in Tokio. Iedereen leeft voor zich, zonder te beseffen dat alles verbonden is, mijmert ze, terwijl ze leert dat het bezit van een hart ook pijn kan doen.

Miyoko
Te zien op 1-2, 2-2, 5-2 en 6-2

Een bijzondere, overdadig vormgegeven biopic over een Japanse manga-tekenaar, zijn geregeld naakt poserende muze Miyoko en de Tokiose kunstenaarswijk waar ze in de jaren zeventig wonen. De jonge, succesloze, aan manga-wanen leidende kunstenaar klampt zich obsessief vast aan zijn vriendin en aan de fles.

De film is gebaseerd op het leven van de manga-striptekenaar Abe Shinichi en vooral zijn legendarische album Miyoko Asagaya Kibun (tevens de Japanse titel van de film). Miyoko was de vriendin, vrouw en niet in de laatste plaats muze van de manga-kunstenaar. Asagaya is de wijk van Tokio waar ze toen woonden. De wijk had een zekere artistieke reputatie, omdat er veel schrijvers verbleven. De titel staat voor het gevoel om met Miyoko in Asagaya te wonen. Het manga-verhaal was sterk autobiografisch en daarmee een logische basis voor deze bijzonder biopic.
Het levensverhaal begint in de jaren zeventig. De jonge kunstenaar heeft totaal geen succes en klampt zich op een obsessieve manier vast aan zijn vriendin en model. Als model is Miyoko niet anders dan als een lustobject te beschrijven. De film gaat libertijns om met haar vele naakt poseren. Zo libertijns dat de film ook op de websites voor pink pictures (typische Japanse verhalende softporno) is te vinden.
Behalve aan een inventieve en overdadige art-direction (waarin manga-wanen en werkelijkheid worden vermengd) dankt de film zijn kracht aan de acteurs die Abe Shinichi (Mizuhashi Kenji) en Miyoko (Machida Marie) gestalte geven. Veeleisende rollen, want de kunstenaar verkeert soms in een roes van waanzin en alcohol en zijn muze moest alles blootgeven. Helemaal aan het einde van de film, tijdens de aftiteling, komt de echte Abe nog even in beeld.


Meer over het filmfestival op deze site:
Afrikaanse film op IFFR 2010

Retrospectief Japanse filmmaker op IFFR 2010

Kijk verder op www.filmfestivalrotterdam.nl

Copyright: www.noborderz.nl

Naar filmmenu
Naar hoofdmenu

Meer over het filmfestival op deze site:
Afrikaanse film op IFFR 2010

Retrospectief Japanse filmmaker op IFFR 2010