De kunst van overleven
Tropenmuseum toont Marroncultuur uit Suriname

DEZE TENTOONSTELLING IS NIET MEER TE ZIEN!


Foto: Jonge Marron man en vrouw (circa 1960)

In het Tropenmuseum is tot en met 9 mei 2010 een grote tentoonstelling te zien over de Marroncultuur uit Suriname. Marrons zijn afstammelingen van Afrikanen die door slavenhalers onder dwang naar Suriname zijn gebracht. Daar bevrijdden zij zichzelf uit de slavernij en vestigden zich in het oerwoud. Langs de rivieren bouwden ze een nieuw leven op, met een eigen cultuur: de Marroncultuur. Het Tropenmuseum is het eerste museum dat een grootschalige tentoonstelling wijdt aan deze rijke cultuur.

Surinaamse Marroncultuur wordt wel eens het best bewaarde stukje Afrika buiten Afrika genoemd. Toch is het een eigen cultuur, die altijd in beweging is geweest. Oorlogen, grondroof, natuurrampen en migratie hebben de Marrongeschiedenis getekend. En ook vandaag de dag, met de snel toenemende globalisering, is Marroncultuur aan verandering onderhevig. De tentoonstelling in het Tropenmuseum toont die ontwikkeling en stelt de vraag of, en vooral ook hoe, Marroncultuur kan overleven aan het begin van de 21ste eeuw. Het antwoord ligt besloten in houtsnijwerk en hiphop, binnenland en buitenwijk, goden en gaamans, vrouwen, mannen en kinderen.

THEMA'S
De tentoonstelling ‘Kunst van overleven’ is opgedeeld in zes thema’s, gepresenteerd in evenzoveel paviljoens. Gastconservator Felix de Rooij en Tropenmuseum-conservator Alex van Stipriaan laten bezoekers in deze tentoonstelling kennismaken met verschillende ontwikkelingen in de Marroncultuur. Aan bod komen religie, muziek, man-vrouw verhoudingen en bestuur (traditioneel en modern) en veel kunst, traditioneel en modern. Tegenwoordig woont de meerderheid van de Marrons niet meer in het Surinaamse binnenland, maar in Paramaribo, in buurland Frans Guyana en in Nederland, met bloeiende gemeenschappen in Amsterdam, Utrecht en Tilburg.

700 VOORWERPEN
Meer dan 700 voorwerpen worden in deze expositie voor het eerst aan het Nederlands publiek getoond, sommige individueel uitgelicht, andere als onderdeel van grote ‘watervallen’ van objecten. Er zijn bijvoorbeeld kunstig gesneden bankjes, schalen, kammen, en peddels en te zien, soms van anderhalve eeuw oud, waarvan de oneindigheid van de motieven doen denken aan het werk van M.C. Escher. Ook de kleurrijke Marron textiel met zijn complexe patronen neemt een belangrijke plaats in. Samen met moderne kunst van internationaal gerenommeerde Marronkunstenaars zoals Marcel Pinas en het design van Totomboti geven zij een beeld van veranderende esthetiek. De nieuwste ontwikkelingen worden bovendien getoond in veel speciaal voor de tentoonstelling gemaakte films over Marrons in Suriname en in Nederland.

In de tentoonstelling wordt ook aandacht besteed aan de emancipatiestrijd die Marrons momenteel voeren. Tot tweemaal toe is in de afgelopen jaren de Surinaamse overheid veroordeeld door het Inter-Amerikaans Hof voor de Mensenrechten om de rechten van Marrons te erkennen en respecteren. Die rechten worden namelijk al lang bedreigd door grootschalige mijnbouw, goudzoekers en illegale houtkap.

PUBLICATIE
Samen met de tentoonstelling wordt een rijk geïllustreerd boek gepubliceerd bij KIT Publishers onder redactie van Alex van Stipriaan en Thomas Polimé. Hierin geven Marrons en Marron-kenners hun visie op een aantal van de thema’s die ook in de tentoonstelling worden behandeld. De foto’s komen uit het KIT beeldarchief, de collectie en van hedendaagse (Marron) fotografen.

De tentoonstelling ‘Kunst van Overleven' komt tot stand met steun van de Mondriaan Stichting.

Copyright: www.noborderz.nl


De poster van de tentoonstelling.


3D schilderij van Marcel Pinas (2008).


Onderwaterfoto van het Brokopondo-meer. Fotograaf: Willem Kolvoort.


Het muziekinstrument apinti wordt met twee handen bespeeld. De trom wordt tussen de benen geklemd, zodat de speler ook nog kan dansen. Het is het meest gebruikte muziekinstrument onder de Marrons van Suriname.


Sluiting van de stuwdam; Ganse en 26 andere dorpen sterven een langzame verdrinkingsdood (1965).

 

Naar kunstmenu
Naar hoofdmenu