Recensie: Nuru Kane – Exile

nuru-kane-exileBij de eerste tonen van het nieuwe album van Senegalees Nuru Kane lijken we te maken te hebben met een uiterst vrolijke plaatje. Maar net als we ons confettikanon uit de kast hebben gehaald en onze heupen startklaar voor een dansje, overheersen in tweede nummer Exil ineens de mineurtonen.

Die wisseling van sferen is typerend voor deze Afrikaanse globetrotter. Ook op zijn vorige albums Sigil en Number One Bus plakte hij zonder blikken of blozen nummers uit verschillende genres achter elkaar.Van gnawa (Bambala) tot blues (Niang Balo) en van Spaanse gipsy en flamenco (Corriendo) tot reggae (Issoire).

Er is een reden voor deze muzikale omnivorij. Kane, geboren in Dakar, woont al jaren in Frankrijk maar reist graag. Zo kwam hij veelvuldig in Noord-Afrika. Dan is het dus niet vreemd dat we ineens de eeuwenoude slavenmuziek uit Marokko langs horen komen.

Het gevaar bij zoveel stijlbreuken op een album is natuurlijk dat het geheel incoherent  aanvoelt. Gelukkig hebben we daar bij Nuru Kane en zeker dit Exile weinig last van. Boeiende plaat.
(Riverboat/Music & Words)

Tekst: Patrick van Engelen

Laat een reactie achter