
Ana Moura is een gevestigde naam in de fadowereld. Al jaren maakt ze albums vol prachtige Portugese levensliederen vol melancholie. Vrijwel elke plaat is van dezelfde hoge kwaliteit, maar daar zit hem nu net de crux. Je zou af en toe willen dat Moura net als toppers Mariza en Christina Branco wat meer experimenteert met het genre.
Muziekrecensenten zijn soms echte zeurpieten. Als een album goed is, maar de artiest ongeveer dezelfde wegen bewandelt als voorheen, wordt een nieuw muzikaal werkstuk zonder pardon genadeloos afgekraakt. Onzin, natuurlijk. Want als je nog nooit iets van een bepaalde sterke zangeres hebt gehoord, is het puur genieten.
Toch valt er iets voor de houding van professionele muziekbesprekers te zeggen. Hoe is het anders mogelijk een album te duiden in een muzikale loopbaan? En de beste koop voor een leek te bepalen?
Dat gezegd hebbende, klinkt het vierde album van deze fadista prachtig, maar toch nergens wereldschokkend. Voor de liefhebber valt er ruim voldoende te genieten, maar waarom niet wat vaker zo’n uitstapje als Não é um Fado Normal?
Tijdens dat nummer dat Moura maakte samen met de folkgroep Gaiteiros de Lisboa horen we iets exceptioneels en nieuws. Het nummer laat onze gedachte dwalen richting middeleeuwen en Vasco da Gama. Laten we hopen dat Moura op haar volgende album net als vroeger de beroemde Portugese ontdekkingsreiziger wat vaker het onbekende sop kiest. (Coast to Coast)


