De Mexicaanse zangeres Edith Tamayo was er al vroeg bij. Op haar dertiende begon ze al op te treden voor publiek en kwam ze op de landelijke televisie en radio. Haar grote droom was het om naar Europa te trekken en daar werk te vinden in Italië of Spanje als zangeres. In plaats daarvan kwam ze in het koude noorden van Europa terecht: Zweden.
In Helsingborg volgde ze een klassieke zangopleiding. Maar haar moederland liet haar niet los en toen ze de kans kreeg om op te treden met het kamerkoor van de Opera in Mexico City was ze weer vertrokken. Weer een beetje bekomen van de heimwee trok ze in 2002 terug naar Zweden om haar conservatoriumopleiding af te maken. Ze ontdekte haar eerste liefde, de volksmuziek, weer en in 2008 begon ze haar eigen groep Latincacau. Een jaar later werd ze genomineerd voor een Deense Worldmusic Award voor haar compositie Patita Salada.
Dat nummer is ook de titel van haar eerste eigen album dat een mix biedt van traditionals en eigen nummers. Tamayo heeft niet alleen Mexicaanse muziek als basis voor haar geluid genomen, maar zeker ook Cubaanse en Spaanse. Met Galopera staat er zelfs een Paraguyaans klassiek folkliedje op het album.
Onder Tamayo’s kraakheldere stem lijken de akoestische gitaren, conga’s en bongo’s soms wel te dansen. Ingewikkelde Cubaanse polyritmes brengen diepgang in de soms bedrieglijk eenvoudige liedjes. Laat ik duidelijk zijn. Patita Salada is een album dat eigenlijk iedere liefhebber van Midden-Amerikaanse muziek gewoon in huis moet halen. Tamayo’s succesvolle landgenote Lila Downs heeft er een geduchte concurrente bij. (Snail Records/Coast to Coast).


