Wim van der Meer: “De Indiase muziek gaat me nooit vervelen”

Wim van der Meer

AMSTERDAM – Een groot deel van de wereldmuziekkenners in Nederland is lid van de Bake Society, een vereniging voor etnomusicologie. Afgelopen jaar bestond de vereniging 25 jaar en ter ere daarvan hadden wij een gesprek met Wim van der Meer, zanger, docent aan de Universiteit van Amsterdam en voorzitter van de Bake Society.

“De Bake Society is opgericht op 21 december 1984”, vertelt Van Der Meer. “Op de universiteit hield het instituut Jaap Kunst zich bezig met etnomusicologie, de klanken die we tegenwoordig wereldmuziek noemen. Het instituut was een puinhoop. Mensen die er waren afgestudeerd maakten zich zorgen over de toekomst van het vak. Om wat meer leven in de brouwerij te brengen is toen besloten een vereniging op te richten. De naam Bake Society komt van Arnold Bake, een bekend onderzoeker.

Onze vereniging is niet heel groot. Ik denk dat we zo’n 130 leden hebben, voornamelijk Nederlanders. Onze belangrijkste bezigheid is muziek bestuderen. Dat doen we door stukken te schrijven, maar er werken bijvoorbeeld ook mensen bij de Concertzender. Veel van de leden van onze vereniging zwerven de hele wereld rond. Zo hebben we specialisten in muziek uit Mongolië, Tadzjikistan en Congo. Ook Nederlandse muziek wordt onderzocht, bijvoorbeeld over het levenslied uit de Jordaan. De muziekwetenschap keek vroeger voornamelijk naar Europese klassieke muziek. Nu wordt naast de wereldmuziek die wij onderzoeken ook studies gedaan in bijvoorbeeld popmuziek.

In hoofdzaak is de Bake Society een netwerk. We komen een aantal keer per jaar bij elkaar tijdens congressen en lezingen. We vertellen elkaar wat de laatste tijd hebben gedaan.”

WERELDMUZIEK
Wat vindt de professor van de term wereldmuziek? “Ik hou niet zo van die benaming voor zoveel verschillende soorten muziek. Maar er hoeft wat mij betreft ook geen nieuwe benaming te komen. De term muziek vind ik prima. Wereldmuziek werd in de jaren ’80 bedacht door de platenindustrie. Er waren bakken in de winkel voor pop, klassiek en jazz, maar waar moest de rest naartoe? Toen hebben ze ook een bak gemaakt voor alle niet-westerse muziek. Maar dat is zo divers. Wereldmuziek gaat van muziek uit de Schotse hooglanden tot de volksmuziek uit China. Maar als ze in China een klassiek stuk spelen komt het weer in de bak klassiek terecht. Er is een bekend artikel op internet, geschreven door David Byrne: I Hate World Music. Wat Byrne haat, is niet de muziek, maar het feit dat in die vergaarbak van wereldmuziek altijd maar alles in wordt gestopt, omdat je het niet ergens anders kunt zetten. Ik ken een paar Nederlanders die in Kenia of Tanzania met lokale rappers bezig zijn. Hun doel is uiteindelijk om die jongens in de bak rap/hiphop terecht te laten komen. In die sectie van de winkel, verkoop je veel meer dan als je als wereldmuziek bent gelabeld. Dat is keiharde werkelijkheid.

Maar goed, dat zijn platenzaken. Op internet hoef je gelukkig niets in een bak te zetten. Je tikt op Google iets in en krijgt alles wat je wil hebben. Als mensen zeggen: ik hou van wereldmuziek, dan houden ze meestal van een vorm van wereldmuziek. Heel populair zijn de Latijns-Amerikaans en Afrikaanse muziek. Maar ook bijvoorbeeld muziek uit de Balkan, wat we ook onder de wereldmuziek scharen. Een paar jaar geleden stond in het Concertgebouw Goran Bregovic. Helemaal uitverkocht. Maar na verloop van tijd zakt zo’n trend ook weer weg. We hebben zoveel aanbod in Nederland. Je weet vaak niet wat je kiezen moet. In Amsterdam heb je enorm veel zalen die wereldmuziek programmeren. In Utrecht heb je Rasa en in Den Haag Corso. En dan heb ik het nog niet eens gehad over alle festivals.”

INDIA
Van der Meer reisde vroeger veel, met name naar India. “Als ik alles bij elkaar optel, heb ik zo’n 10 jaar in India geleefd, maar dat was vooral in de jaren ’70. Tegenwoordig ga ik niet zo lang meer, maar dat hoeft ook niet meer omdat ik er al zo vaak geweest ben. In een paar weken India, weet ik wel weer wat er gaande is. India is dan ook mijn specialiteit. Ik hou me ook met Brazilië bezig, maar van Indiase muziek weet ik het meest.

Voor jonge mensen die muziek willen bestuderen, is het heel belangrijk om ook een wat langere tijd in het buitenland te verblijven. Je kunt best veel leren tijdens colleges. Maar om een muzieksoort echt te leren kennen, moet je een leraar hebben. Improviseren leer je niet uit een boek of van het luisteren naar cd’s. Je kunt nabootsen wat je hoort, maar daarmee ben je er niet. Alleen een leraar kan uitleggen hoe je improviseert.”

Kooptip: The Raga Guide

Is er een goed Nederlandstalig boek dat Van der Meer kan aanraden voor de beginnende Indiase muziekluisteraar? “In 1980 heb ik samen met Joep Bor er een leuk boekje over geschreven. Ook is er een boek geschreven door Ger Storms. Een goede Engelstalige aankoop voor de beginner is The Raga Guide, een box met 4cd’s vol fragmenten, ook verkrijgbaar op Amazon.”

Van der Meer is zelf ook een geoefend zanger: “Ik zing alleen maar Indiase muziek. Helaas is dat met mijn werk soms lastig te combineren. Maar tijdens mijn lessen kan ik me soms toch even uitleven. Vanuit het grote publiek is er voor Indiase muziek tegenwoordig betrekkelijk weinig belangstelling. Maar ik blijf zingen en er naar luisteren. De Indiase muziek gaat me nooit vervelen.”

Van der Meer kwam in de jaren zestig in aanraking met de Indiase muziek. “Het was nog voor de tijd dat The Beatles door hun samenwerking met Ravi Shankar de muziek populair maakte. Ik luisterde naar van alles via de radio. Indiase, Arabische maar ook Afrikaanse muziek. Op de korte golf kon je van alles ontvangen.

Door de hausse aan aandacht rond Shankar en The Beatles kwam er vraag naar Indiase muziek. Een paar platenhandels in Amsterdam hebben daar toen heel goed op ingespeeld en hebben echt honderden lp’s laten komen. Ik had op een gegeven moment een stuk of 50 lp’s en vrienden hadden weer andere. We ruilden dingen met elkaar en hoorden zo best veel. Het was in de periode net voor ik naar de universiteit zou gaan. Uiteindelijk heb ik gekozen voor antropologie. Waarschijnlijk heb ik die interesse van thuis mee gekregen. Mijn vader heeft gevaren en was her en der in de wereld geweest. Hij nam geen muziek mee, maar had er wel veel verhalen over. Dat heeft bij mij de belangstelling gewekt. Naar Braziliaanse muziek ben ik pas later gaan luisteren. Ik hoorde op de radio een zangeres Gal Costa en werd helemaal gegrepen, een geweldige zangeres. Ik ben een enorme bewonderaar van haar. Wat een prachtige stem en expressiviteit.”

RADIO
Van der Meer: “We hadden in het verleden fantastische programma’s op de radio met wereldmuziek en dat verdwijnt allemaal. De politiek vindt dat de scene zichzelf maar moet bedruipen. Dat brengt met zich mee dat er alleen wordt gedraaid wat lekker verkoopt. Ik vond zelf de radioprogramma’s, zoals dat bijvoorbeeld van Walter Schlossen, De Wandelende Tak, echt geweldig. Je hoorde heel verrassende dingen. Een van de fantastische dingen van radio is dat je dingen hoort die je niet kent. Als ik een cd uit de kast pak, weet ik welke muziek ik ga horen. Op youtube weet ik ook waar ik naar zoek. Bij de radio heb je dat niet en daardoor wordt je vaak verrast. Het is erg jammer dat dat verdwijnt.”

Laat een reactie achter

Social Widgets powered by AB-WebLog.com.